Openingstijden: Maandag gesloten, Dinsdag en Woensdag 9.00 tot 18.00 uur, Donderdag 9.00 tot 18.00 uur en 19.00 tot 21.00 uur, Vrijdag 9.00 tot 18.00 uur,
Zaterdag 9.00 tot 17.00 uur.

Lui oog

Lui oog (amblyopie)

 Men spreekt van een ‘lui oog’ als de gezichtsscherpte van dat oog zonder aantoonbare afwijkingen en met de juiste brilsterkte niet goed is. 
De medische benaming  voor een ‘lui oog’ is: amblyopie.

 Een ‘lui oog’ (amblyopie) kan alleen ontstaan in de periode dat het scherp zien nog in ontwikkeling is. Dit is ook de enige periode waarin een ‘lui oog’ nog te behandelen is.
Hoe eerder een ‘lui oog’ ontdekt wordt, hoe eerder het behandeld kan worden,
hoe groter de kans dat een maximale gezichtsscherpte behaald wordt.                                                                                              

Onderzoek van de ogen vindt vaak voor het eerst plaats op het consultatiebureau als onderdeel van het PGO (periodiek geneeskundig onderzoek). Bij afwijkende bevindingen wordt het onderzoek herhaald en in twijfelgevallen of bij afwijkingen wordt het kind doorverwezen naar de orthoptist of oogarts. Een vroegtijdig gestarte behandeling, die trouw wordt uitgevoerd leidt tot de beste resultaten

Diagnose: een ‘lui oog’

Men spreekt pas van een ‘lui oog’ als de gezichtsscherpte van dat oog zonder aantoonbare afwijkingen en met de juiste brilsterkte niet goed is.
Soms is het moeilijk te constateren of een kind een lui oog (amblyopie) heeft. Het kind is zich meestal niet bewust dat het minder goed ziet. Als er geen sprake is van duidelijk scheelzien merken anderen vaak niet dat er sprake is van amblyopie.

Het vaststellen van de exacte gezichtsscherpte op jonge leeftijd is moeilijk. De orthoptist beoordeelt de volgbewegingen, dat wil zeggen dat er wordt gekeken hoe goed een kind een lichtje of een voorwerp volgt met één oog, terwijl het andere oog wordt afgedekt. Als één oog minder ziet dan het andere, is dit te constateren door het minder goed volgen van het voorwerp, door protesteren of zelfs huilen van de baby.

Vanaf kleutertijd wordt de gezichtsscherpte bepaald met de ‘plaatjeskaart’ en bij oudere kinderen kunnen symbolen of letters gebruikt worden om de gezichtsscherpte te meten. Als één oog minder goed ziet is verder onderzoek noodzakelijk.

Bij verder onderzoek wordt na indruppelen van (pupilverwijdende en accommodatieremmende) oogdruppels de brekingsafwijking van de ogen bepaald en wordt het oog onderzocht op de aanwezigheid van organische afwijkingen, zoals afwijkingen van het netvlies, de oogzenuw, e.d.. Door deze oogdruppels kan tijdelijk overgevoeligheid voor licht optreden en gaat men minder scherp zien. Deze verschijnselen zullen enkele uren aanhouden, maar zullen de volgende dag weer verdwenen zijn. Hoe eerder een ‘lui oog’ ontdekt wordt, hoe eerder het behandeld kan worden, hoe groter de kans dat een maximale gezichtsscherpte behaald wordt.

                                                                                                                                    bron: www.orthoptie.nl

Klanten vertellen