Openingstijden: Maandag gesloten, Dinsdag en Woensdag 9.00 tot 18.00 uur, Donderdag 9.00 tot 18.00 uur en 19.00 tot 21.00 uur, Vrijdag 9.00 tot 18.00 uur,
Zaterdag 9.00 tot 17.00 uur.

Dubbelzien

Dubbelzien (diplopie) 

Als scheelzien op latere leeftijd optreedt, is de kans op dubbelzien (diplopie) groot. Het visuele systeem is volledig ontwikkeld en de hersenen zijn niet meer in staat het beeld van het scheelstaande oog te onderdrukken. Het onderdrukken van een beeld wordt ook wel suppressie genoemd. Elk oog ontvangt een eigen beeld, deze twee beelden worden doorgezonden naar de hersenen. 

Als de beelden niet meer ‘samen gesmolten’ kunnen worden ziet iemand dubbel. Als men dubbel ziet zal hij vaak één oog dicht knijpen, een hand voor het oog houden of klagen over dubbelzien.
Naast deze klachten kan men door het dubbelzien last hebben van onzeker bewegen, misgrijpen, misstappen of het verkeerd inschatten van afstanden. 

Werkelijk beeld

Dubbel beeld

Oorzaken van dubbelzien 

Dubbelzien kan vele oorzaken hebben: 

–   langer bestaand scheelzien dat door leeftijdsgebonden redenen dubbelbeelden geeft
–   verlies van samenwerking tussen beide ogen door bijvoorbeeld ziekte of leeftijd
–   letsel ten gevolge van een ongeluk
–   een neurologische afwijking
–   een onderliggende systemische aandoening, zoals suikerziekte, problemen met de werking van de schildklier of een hoge bloeddruk
–   een oogbewegingsstoornis 

Behandeling van dubbelzien 

Allereerst kijkt de orthoptiste of er dubbelbeelden zijn ten gevolge van langer bestaand scheelzien of verlies van de samenwerking tussen de ogen. Is dit niet het geval dan zal de orthoptist onderzoeken welke oogspier(en) en/of hersenzenuw(en) niet goed werken. De orthoptist stelt de diagnose; mocht naar aanleiding van deze gestelde diagnose verder onderzoek gewenst zijn, zal de orthoptist de oogarts adviseren de patiënt door te verwijzen. Hierbij valt te denken aan een verwijzing naar de neuroloog of internist. 

De orthoptiste volgt daarnaast het verloop van de ziekte, begeleidt de patiënt en start, indien mogelijk een behandeling, zodat het dubbelzien zo min mogelijk hinder veroorzaakt. Dat kan door speciale plakprisma’s op de bril te plakken of door één oog af te dekken. Pas bij een stabiele situatie is verdere behandeling, zoals een scheelziensoperatie of een speciale brilcorrectie met ingeslepen prisma’s mogelijk. De orthoptist zal u hierin adviseren.

                                                                                                                                          bron: www.orthoptie.nl

Klanten vertellen